Achtergrondinformatie Tussendoelenscan

Inleiding
De Tussendoelenscan voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs helpt teamleiders en docenten Nederlands kritisch te kijken naar het huidige onderwijs. Welke lees- en schrijfdidactieken en aanpakken worden er op dit moment in de klas gehanteerd en waar zou een aanscherping in didactiek of aanpak gewenst zijn?

Uitgangspunt hierbij vormen de tussendoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs (Punt & de Krosse, 2012). De tussendoelen zijn geformuleerd aan de hand van diverse subdomeinen die belangrijk zijn voor de lees- en schrijfontwikkeling. Voor leesvaardigheid gaat het om leesmotivatie, technisch lezen, leeswoordenschat, begrijpend lezen en het lezen van fictie. Voor schrijfvaardigheid worden tussendoelen beschreven voor de subdomeinen strategisch schrijven, spelling en interpunctie en reflecteren op geschreven taal.

Op basis van de ingevulde vragenlijsten – waarbij de coördinator zelf een keuze maakt welke docenten en welke subdomeinen bevraagd worden – wordt zowel een individueel rapport voor de docent als een groepsrapportage van de resultaten van alle bevraagde docenten opgesteld. Deze groepsrapportage is in eerste instantie alleen beschikbaar voor de coördinator. De rapportages vormen het uitgangspunt om met het team de discussie aan te gaan: wat doen we nu al en wat zouden we in de toekomst graag willen gaan doen?
N.B. Dit instrument is dus niet bedoeld om te meten in hoeverre tussendoelen zijn behaald.

Opbouw en structuur
De tussendoelscan bestaat uit acht vragenlijsten. Eén vragenlijst richt zich op algemene didactiek, vijf vragenlijsten richten zich op de leesontwikkeling en twee vragenlijsten richten zich op de schrijfontwikkeling. De coördinator bepaalt zelf welke vragenlijst er aan de collega’s wordt voorgelegd. De deelnemende docenten geven per item aan of de beschreven handeling door hem of haar ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’ wordt toegepast in de onderbouwklassen. Als de docent het idee heeft dat de handeling niet van toepassing is, wordt ‘niet van toepassing’ aangevinkt. Mocht de docent de behoefte hebben om een toelichting bij het antwoord te geven, dan biedt het kader dat bij elke vraag op het scherm verschijnt daar de mogelijkheid voor.

TussendoelenScan_Tabel

Het subdomein reflecteren op geschreven taal wordt bevraagd binnen de vragenlijsten strategisch schrijven en spelling en interpunctie.

Rapportage
De antwoorden op de diverse vragenlijsten worden automatisch en digitaal verwerkt in een individuele rapportage en een groepsrapportage, waarin de resultaten van alle docenten staan weergegeven. De resultaten geven inzicht in de tussendoelen waaraan binnen bepaalde leerjaren al dan niet gewerkt wordt. Dit overzicht kan als uitgangspunt dienen om binnen de school de discussie met elkaar aan te gaan: aan welke tussendoelen kunnen wij werken en hoe kunnen we dat realiseren? Nogmaals, dit instrument is dus niet bedoeld om te meten in hoeverre tussendoelen zijn behaald.

Individuele rapportage
De individuele rapportage geeft per subdomein een samenvattend overzicht in de vorm van een grafiek. Zo kan de docent in één oogopslag zien of hij/zij de items binnen het betreffende subdomein hoofdzakelijk met ‘goed’, ‘voldoende’, ‘onvoldoende’ of ‘niet van toepassing’ heeft gewaardeerd. Daaronder volgt een uitgebreid overzicht waarbij de items verdeeld zijn over de kopjes: ‘Dit doe ik goed’, ‘Dit doe ik voldoende’, ‘Dit doe ik onvoldoende’ en ‘Ik vind dit niet van toepassing’. Als er toelichtingen bij vragen zijn gegeven, komen deze ook in de rapportage terug. Op basis van deze gegevens kan de docent voor zichzelf een sterkte-zwakteanalyse maken: wat doe ik nu al goed en wat zou ik in de toekomst graag willen verbeteren?

Groepsrapportage
De groepsrapportage geeft per subdomein een algemene samenvatting in de vorm van een grafiek. Zo kan de coördinator eenvoudig zien hoe de verdeling ‘goed’, ‘voldoende’, ‘onvoldoende’ en ‘niet van toepassing’ over de verschillende domeinen is. Hierna volgt een overzicht waarbij er een ordening is gemaakt van de gemiddelde scores per item. Voor het berekenen van het gemiddelde levert het antwoord ‘goed’ op een item 10 punten op, het antwoord ‘voldoende’ 6.7 punten en het antwoord ‘onvoldoende’ 3.3. Als een deelnemers heeft aangegeven een item ‘niet van toepassing’ te vinden, wordt het resultaat van deze deelnemer in de berekening meegenomen als 0 punten. Dit kan het beeld, waarbij de gemiddelden op de items geordend zijn van laagste naar hoogte score, enigszins vertekenen. Als er immers door veel deelnemers op een item ‘niet van toepassing’ wordt ingevuld resulteert dit in een lage gemiddelde score, terwijl het team wellicht van mening is dat de beschrijving bij het betreffende item ‘niet van toepassing’ is voor de doelgroep. Dit biedt aanleiding om met elkaar in discussie te gaan.

Resultaten op basis van een koppeling van de vragenlijsten
Op basis van de ingevulde vragenlijsten wordt voor de coördinator duidelijk in welke mate lees- en schrijfdidactieken door de verschillende docenten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs gehanteerd worden. De rapportages bieden een aanleiding om met elkaar in discussie te gaan: Wat vinden wij belangrijk? Welke lees- en/of schrijfdidactieken kunnen we nog verder aanscherpen?

Aan de hand van de tussendoelen kan het onderwijs verder worden verbeterd. Meer informatie over het werken met tussendoelen in het voortgezet onderwijs vindt u op www.werkenmettussendoelen.nl. Op deze website vindt u per taaldomein voorbeelden van lessen, werkvormen en formats die u kunt gebruiken bij het werken aan tussendoelen. Op deze website vindt u ook enkele discussievragen. Deze zijn bedoeld om de discussie binnen uw team over taalonderwijs en –beleid aan te wakkeren. Ze kunnen goed ingezet worden tijdens teambijeenkomsten waarin het stimuleren van taalvaardigheid van de leerlingen en het vormen van taalbeleid centraal staan.